Binnen de medische aansprakelijkheid is de laatste jaren een interessante paradox zichtbaar. Hoewel het aantal claims tegen zorgverleners de afgelopen jaren gestabiliseerd is, blijven de uitbetaalde schadevergoedingen stijgen. Wat zit hierachter? En wat betekent dit voor patiënten, zorgverleners en de maatschappij als geheel?
Meerdere factoren
Tot ongeveer 2019 was er een duidelijke opwaartse trend in het aantal medische aansprakelijkheidsclaims. Patiënten leken vaker de weg naar een medische aansprakelijkheid advocaat te vinden na vermeende medische fouten. De laatste jaren is deze stijging afgevlakt. De COVID-19 pandemie heeft hier mogelijk aan bijgedragen, gezien de focus op acute zorg en het uitstellen van minder urgente behandelingen. Desondanks stijgt het totaalbedrag dat jaarlijks wordt uitgekeerd aan schadevergoedingen gestaag door. Er zijn meerdere factoren die deze trend verklaren.
Verschuiving van lasten
Een belangrijke reden voor de hogere schadebedragen is de verschuiving van lasten. Zo werden bepaalde kosten voor aanpassingen aan huis (denk aan een traplift) of vervoersvoorzieningen (zoals aangepast vervoer) voorheen vaak deels of volledig gedekt door overheidsregelingen. Overheidsvoorzieningen en subsidieregelingen zijn echter gewijzigd. Dit betekent dat wanneer letsel nu ontstaat door een medische fout, deze kosten nu vaker integraal worden verhaald op de aansprakelijke partij. Dit is goed nieuws voor patiënten, maar het drijft de totale schadebedragen omhoog.
De kwetsbaarheid van de zzp'er
Een andere factor die een rol speelt, is de toename van het aantal zzp'ers in Nederland. Waar werknemers vaak via werkgeversverzekeringen en collectieve regelingen een relatief stevig sociaal vangnet hebben bij arbeidsongeschiktheid, is dit voor zelfstandigen vaak veel beperkter. Als een zzp'er letsel oploopt door een medische fout en daardoor langdurig of permanent arbeidsongeschikt raakt, is de financiële impact direct erg groot. De claims voor gederfde inkomsten zijn dan ook aanzienlijk hoger, wat bijdraagt aan de stijging van de gemiddelde schadevergoeding. Door de aanpak van schijnzelfstandigheid door de overheid zal deze trend overigens weer kunnen afbuigen.
Stijgende kosten en dalende rekenrentes
Ook de kosten voor juridische bijstand zelf spelen een rol. Deze kosten, die de aansprakelijke partij in geval van aansprakelijkheid moet vergoeden, zijn de afgelopen jaren toegenomen. Advocaten, medische experts en andere specialisten die nodig zijn om een complexe medische aansprakelijkheidszaak te behandelen, vragen hogere tarieven.
Daarnaast heeft de dalende rekenrente een aanzienlijke impact. De rekenrente wordt gebruikt om toekomstige schade, zoals toekomstig inkomensverlies of toekomstige zorgkosten, om te rekenen naar een bedrag dat nu in één keer wordt uitgekeerd. Hoe lager de rekenrente, hoe hoger het bedrag dat nu nodig is om die toekomstige schade te dekken. Dit heeft direct invloed op de hoogte van de toegekende schadevergoedingen.
Wetswijzigingen
Tot slot hebben wetswijzigingen bijgedragen aan de hogere schadevergoedingen. De invoering en aanpassingen van de Wet Affectieschade zijn hier een goed voorbeeld van. Deze wet maakt het voor naasten van ernstig gewonden of overledenen mogelijk om smartengeld te claimen voor het leed dat zij ervaren door het letsel of overlijden van hun dierbare. Hoewel dit een belangrijke erkenning is voor immateriële schade, draagt het bij aan de totale hoogte van de uit te keren bedragen.
De stabilisatie in het aantal claims gecombineerd met de stijging in schadebedragen toont aan dat medische aansprakelijkheid een complex en dynamisch veld is. Het vraagt om continue aandacht voor preventie van fouten, transparante communicatie en een rechtvaardige afhandeling van claims, zodat zowel patiënten als zorgverleners weten waar ze aan toe zijn.